PCM Techniek
Natuurkunde achter PCM
Het bekendste PCM-materiaal ter wereld is water. Water kan, afhankelijk van de temperatuur van de omgeving, in drie vormen voorkomen: vast, vloeibaar en gas. Wanneer water van vloeibaar naar vast gaat, verandert het in ijs. In deze vaste toestand heeft het warmte opgeslagen bij een temperatuur van 0 graden Celsius. Deze opgeslagen warmte (of juist koude) kun je gebruiken om iets te koelen rond dat punt.
Technische materialen maken gebruik van hetzelfde principe van smelten en stollen. Deze worden Phase Change Materials (PCM’s) genoemd. Het verschil is dat deze materialen een faseovergang hebben bij een specifieke, vooraf gekozen temperatuur. Daardoor kunnen ze precies smelten en stollen op het moment dat wij willen.
Veelgebruikte temperaturen voor PCM’s zijn bijvoorbeeld +8, +18, +23 en +35 graden Celsius. Er bestaan ook PCM’s die onder de 0 graden werken. Deze helpen bijvoorbeeld om de belasting van koelingen of vriezers te verlagen tijdens warme dagen, wat zorgt voor minder piekverbruik. PCM’s worden daarom veel toegepast in situaties waarin ruimtes, processen of producten op een constante temperatuur moeten blijven.